Door: Matthijs Klerkx
Opinie
3

Ik moet eraan geloven: ook ik ben Dumoulist

Onze Giro-man weet wel raad met roze winnaars.

Zaterdagmiddag. Uur of vier.

De spanning stijgt. Nieuwe hoofdstukken op een voor mij legendarische beklimming.

Marco Pantani die lek rijdt in 1999 en de tegenstand vervolgens degradeert. Op dezelfde middelen als de tegenstand en ik ben er nog blij mee ook.

Marzio Bruseghin die toegeschreeuwd door commentator Renaat Schotte - Renaat en José we hebben jullie vanaf volgend jaar weer nodig - naar de tijdritzege in 2007 snelt. Enrico Battaglin die toegeschreeuwd door ondergetekende in extremis Dario Cataldo en Jarlinson Pantano inpakt.

Aan het heiligdom van Oropa wordt altijd geschiedenis geschreven. Ik hou me aan dat gegeven vast. De beklimming begint. Diego Rosa - duidelijk herkenbaar behalve voor Jeroen van Belleghem - valt aan. Niks aan de hand. Inleiding voor de siervogel Landa. Hij zit al klaar, in Pantani-stijl.

Zakarin gaat. Van links naar rechts schuddend, in dezelfde houding als wijzelf voor de televisie. Pozzovivo neemt over. De kleine, prachtige Pozzovivo die door iedereen wordt aanbeden. Dan is het tijd. Tak, tak, tak. Weg. Quintana. Weg. Op weg naar de zege.

In de achtergrond verschijnt een enorm gestalte. Een reus tussen de spreekwoordelijke dwergen die zijn tegenstanders zijn. In het roze gehuld. Mollema lost. Naar verwachting, die is nooit drie weken goed. Een roze Dumoulin staat wél op. 

Hij ziet Quintana voor zich uitrijden, waar dat nog mogelijk is tussen de mensenmassa. Het gat wordt kleiner.

6 seconden.

5 seconden.

3 seconden!

Ik begin te zweten. Landa zit in zijn wiel, maar ik kan niet eens meer aan Landa denken. Is dat erg. Chauvinisme - door mijzelf bestempeld als de vreselijkste ziekte die er bestaat (met uitzondering van de échte ziektes natuurlijk) - pakt me vast.

Ik ben geen fan van renners vanwege hun nationaliteit. Ik ben fan van persoonlijkheden, renners met winnaarsmentaliteit, renners die er alles aan doen om de wielersport zo mooi te maken. En het belangrijkste: renners moeten mooi op hun fiets zitten. En dát, dat doet Dumoulin vooral. Hij zit als een kanon op de fiets. Ge-wel-dig.

Het Dumoulin-gevoel is dus niet per se chauvinistisch. Vorig jaar bij Kruijswijk had ik helemaal geen warm gevoel. Dumoulin geeft dat wel. De manier waarop hij met alle media omgaat is subliem. Tom is een persoonlijkheid.

De spanning stijgt nóg meer, ik begin het te voelen. Quintana lost, Landa lost en ik heb totaal geen aandacht voor Landa. Ik merk het. Het kriebelt. Het doet pijn om het te zeggen, maar: IK BEN DUMOULIST.

Jarenlang heb ik me verzet tegen de term. Door Frank Heinen verzonnen, las ik deze ochtend. Ik vind het een verschrikkelijke term. Fan zijn van een wielrenner gaat ook nogal moeilijk, denk ik. Maar toch probeer ik het al jaren. Marco Pantani, Alejandro Valverde, Riccardo Riccò, Mikel Landa en Peter Sagan zijn al jaren slachtoffer van mijn isme. Pantanisme, Valverdisme, Riccòïsme, Landaïsme en Saganisme? Ik ben Saganist? Dat klinkt voor geen meter. Zo ook Dumoulist. Het klinkt voor geen meter.

Mijn vriendin ruimde de badkamer weer eens op. Mijn puinhoop kent zijn weerga niet. Zoals iedere dag zit ik vol adrenaline naar de Giro te kijken. Het maakt trouwens geen bal uit, al is het de Ronde van Abitibi. Ik zit vol adrenaline.

"GAAN JONGEN, GAAN! JE PAKT 'M! JE PAKT 'M!"

Zakarin neemt de bocht naar rechts en trekt de sprint aan.

"QUINTANA LOST! QUINTANA LOST! VERDOMME JA! GAAN!"

"HIJ GAAT 'T DOEN! HIJ DOET HET! HIJ DOET HET! JA-HA-HAAAAAAAAAAAAAAAA!"

Die laatste haa valt met geen pen te beschrijven, ik haal in dat gedeelte altijd enge geluiden waarvan ik later besef dat ze niet goed voor me zijn. De laatste keer dat ik die ja-ha-ha bovenhaalde was tijdens Luik-Bastenaken-Luik, toen mijn jeugdidool Valverde mijn favoriete koers won. 

Zaterdag, toen Dumoulin in het roze - en pas nou verdorie de broek en de fiets ook aan naar de mooiste kleur ter wereld - winnend over de streep kwam aan het heiligdom van Oropa en een nieuw stuk geschiedenis schreef, kwam dezelfde ja-ha-ha weer boven.

Toen wist ik het: ook ik ben Dumoulist.

Foto: Cor Vos

Word nu abonnee van Wieler Revue!

JA, IK WORD NU ABONNEE!

Gerelateerd nieuws